Artikel 1 van de Grondwet:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Artikel 1.3 lid 1 van de Wet dieren:
“De intrinsieke waarde van het dier wordt erkend.”

Artikel 1d van de Wet op de dierproeven:
“Een dierproef wordt slechts verricht wanneer het beoogde resultaat niet kan worden bereikt door middel van een wetenschappelijk verantwoorde methode of onderzoeksstrategie waarbij geen levende dieren worden gebruikt.”

Artikel 1.3 lid 2 van de Wet dieren:
“Bij het stellen van regels bij of krachtens deze wet (…) wordt ten volle rekening gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor deze intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen.”

Artikel 2.1 lid 1 van de Wet dieren:
“Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.”

Artikel 2.2 lid 8 van de Wet dieren:
“Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden.”

Artikel 13 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie:
“Bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Unie op het gebied van landbouw, visserij, vervoer, interne markt en onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte, houden de Unie en de lidstaten ten volle rekening met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren als wezens met gevoel, onder eerbiediging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken van de lidstaten met betrekking tot met name godsdienstige riten, culturele tradities en regionaal erfgoed.”

Boek 3, artikel 2a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek:
“Dieren zijn geen zaken.”

Artikel 2.1 lid 6 van de Wet dieren:
“Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg.”

Artikel 3.1 lid 1 Wet natuurbescherming:
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

previous arrow
next arrow
Slider